De val van Icarus

Het is een beroemd schilderij van Pieter Brueghel de Oude. Nou ja, toegeschreven aan hem. Hoewel het doek stamt uit 1600 en Pieter Brueghel stierf in 1569, dus hij kan het nooit zelf geschilderd hebben. Het is ook niet van zijn zoon, maar dus van een andere, onbekende kunstenaar. Toch is het van Pieter Brueghel de Oude, want de compositie kan met zekerheid aan hem worden toegeschreven. Niettemin heeft het zijn status van een van de zeven wonderen van België hiermee wel verspeeld.

Bruegel,_Pieter_de_Oude_-_De_val_van_icarus_-_hi_res

Er zijn nog meer geheimen aan dit schilderij over Icarus verbonden, die samen met zijn vader Daedalus vleugels van was aanbond, maar die te dicht bij de zon vloog, zodat zijn vleugels smolten en hij in zee stortte. Waarom ontgaat de dramatische val van Icarus – zijn benen zijn nog net zichtbaar in het water van de Egeïsche zee – de andere aanwezigen op het doek? De boer die ploegt, de herder die dromerig voor zich uit staart en de visser die te druk bezig is met zijn eigen besognes vlak voor zich, zodat hij niet ziet wat even verderop gebeurt. En wat is de betekenis van het lijk in de struiken links vooraan op het doek. Dit lijk werd pas in 1932 ontdekt!

Hier wil ik het echter over een ander aspect van de compositie hebben, waarover ik nog nergens iets heb gelezen. Er schort iets aan de logica in de compositie. Icarus vloog immers zo hoog dat hij te dicht bij de zon kwam en in zee viel. Waarom staan zijn benen dan vooraan op het doek, terwijl de zon zich juist helemaal aan de andere kant bevindt? De zon die bovendien aan het ondergaan is en daardoor dus helemaal niet hoog staat. Of was Icarus zo hoog gevlogen dat zijn val even lang duurde als het de zon kostte om onder te gaan? Lijkt mij niet waarschijnlijk. Bovendien vind ik het licht op het schilderij niet lijken op dat van een ondergaande zon. Ik veronderstel dat de schilder heeft gedacht dat de zon als belangrijk element in het verhaal op het doek moest staan, maar dat de enige plaats waar dat kon, aan de einder was.

Vreemd, maar het maakt voor mij het doek niet minder charmant.